De heer T. Zuidema - Docent Nederlands

’s Ochtends de docentenkamer binnenkomen is al gezellig, want er is altijd wel iemand met een verhaal. Even een kopje thee, even bijkletsen en dan naar mijn lokaal, waar de leerlingen al staan te wachten: ”Mijnheer, vertelt u weer een spannend verhaal?”
Op het RSG Lingecollege geef ik het moeilijkste vak ter wereld: Nederlands. Leerlingen denken vaak dat het niet zo moeilijk kan zijn, want zij spreken, lezen en schrijven het al bijna hun hele leven.
Na twee lessen denken veel van mijn leerlingen er al net zo over als ik: Wat een prachtig vak en wat is het moeilijk ….., maar ook: wat interessant! Het leukst vind ik de leerlingen te verrassen met een mooi gedicht of een bijzonder verhaal.
Ik vind het ’t prettigst elke dag het eerste uur te beginnen. De leerlingen komen rustig op gang en zij kunnen zich goed concentreren, dat is voor mij best lekker werken….

Sneeuwwitje

Vertellen over (jeugd-) literatuur is het leukst om te doen. In de onderbouw laat ik dan zien dat Sneeuwwitje helemaal niet zo’n keurig meisje is als iedereen wel denkt. In de bovenbouw vertelt de literatuur soms wel heel bijzondere dingen uit de ‘grotemensenwereld’. Wat mij echt een ‘kick’ geeft, is de leerlingen laten ontdekken dat zij zelf mooie of spannende teksten kunnen maken. Met elkaar hebben we regelmatig veel plezier van de schrijfopdrachten.

Mijn dag ziet er heel afwisselend uit. Elk uur een andere klas is toch elke keer even spannend en ook wennen:

  • Zijn de leerlingen er allemaal?
  • Heeft iemand iets te vertellen? (eigenlijk altijd) 
  • Weten zij nog wat de vorige les is uitgelegd? (soms geen idee)
  • Heeft er iemand iets lekkers bij zich? (vaak wel!)
  • Is het huiswerk in orde? (meestal wel …..)
  • Heeft iemand soms zijn haar geverfd? (dat durft helaas niet iedereen)

Elke klas heeft een eigen verhaal en zijn eigen bijzondere leerlingen, dat maakt mijn werk extra boeiend. Soms geef ik Nederlands in een biologie- of natuurkundelokaal, dan gaat de les wel eens heel anders dan iedereen gedacht had.

Een beetje papa

Ik heb zowel onderbouw- als bovenklassen. Dat is erg fijn, want na een uurtje ‘taalknutselen’ met  de brugwuppen, kan ik dan een goed gesprek hebben met de grote jongens en meiden van havo-4. De brugklassen zijn vooral gezellig en de leerlingen werken hier erg hard. Hier ben ik soms nog een beetje papa en mama tegelijk, vooral aan het begin van het schooljaar, als leerlingen nog wel eens de weg kwijt zijn. In de bovenbouw gaat het vooral om kritisch lezen en luisteren. Dat is lastig voor de leerlingen, maar wel erg interessant om te doen. We hebben nog wel eens discussies over normen en waarden of politiek.

In de pauze weer even bijkletsen met mijn collega’s, snel wat printen en een snee brood met een kop soep naar binnen werken. ‘s Middags nog een paar lessen in de tweede klas. Tweedeklassers weten al goed hun weg hier op school en zij proberen de docent graag uit. Het lukt mij nog steeds om vervelendere (huiswerk-) trucs uit te halen dan mijn leerlingen en dat maakt het voor mij en mijn leerlingen altijd weer spannend.

Contact

 

©2012 RSG Lingecollege

Disclaimer

Site: Vibis